De zaak Haghorst.

Wie bepaalt de weg naar Rome? Over kiezen. 1april 2026

De ACM heeft in de zaak Haghorst[1] een mooi kader weergegeven hoe te handelen bij schaarste aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Nu bestond dat kader uiteraard al, maar zoals dat vaker bij kaders het geval is, actualisering blijft noodzaak. Blijft het adagium voor de systeembeheerder “bouwen, bouwen, bouwen”, hoe loffelijk ook, of wordt meer en meer nagedacht over de invulling van vraag respons, nu inmiddels alom al beleden wordt dat ondanks dat bouwen, bouwen, bouwen, de transportschaarste op het net de eerste 10 jaar nog niet is opgelost. 

Het Onderzoek Vraagrespons in verband met leveringszekerheid in opdracht van het Ministerie  van KGG [2] biedt aanknopingspunten voor bedrijven in de technische sector om gezamenlijk met de systeembeheerders in actie te komen om meer flexibiliteit te ontsluiten op basis van vraagrespons.

Er worden 5 thema’s benoemd, te weten:

  1. Contracten en markten. Markten reageren onvoldoende op het ontsluiten van flexibiliteit. Dat wordt onder andere veroorzaakt door het onvoldoende beschikbaar hebben van opties.
  2. Beleid en wetgeving. Dat is erop gericht om het netwerk verder te ontsluiten. O.a. met het Europese project, de Network Code on Demand response, ontwikkeld door de gezamenlijke systeembeheerders, ENTSO-E[3], in afstemming met ACER[4].
  3. Technologische en procesmatige functionaliteit in het systeem is nog onvoldoende ontwikkeld.
  4. Gedrag. Vraagstuk is in hoeverre er bereidheid is bij aangeslotenen om mee te denken en zich te gedragen naar de nieuwe inzichten van schaarste aan transportcapaciteit op het net.
  5. Economische aspecten. Doordat er onzekerheid is omtrent omvang van aantal keren dat er geen leveringszekerheid is, en hoelang een dergelijke periode duurt maakt dat men terughoudend blijft.

Een belangrijk aanbeveling is dan ook van de onderzoekers, (m.n. gericht op de onderdelen 3, 4 en 5 EHdJ), om een rekenmodel te maken zodat de deelname aan vraagrespons toegankelijker kan worden gemaakt.

Waar ging het om in de zaak Haghorst[5] waar over de ACM had te besluiten?

Een zonnepark-exploitant heeft vanaf 2023 een aansluiting op het HS/MS station in Boxtel, met een 10 kV netvlak. De aansluiting zat op een net met een zgn. n-1 redundantie. Dat betekent dat er een extra faciliteit beschikbaar is, – een tweede kabel of andere faciliteit-, mocht de eerste uitvallen ( de storingsreserve).   Bij de realisatie van die aansluiting had de systeembeheerder aangegeven dat het net mogelijk werd aangepast, na aansluiting van n-1 naar n-0. De systeembeheerder heeft in 2025 daadwerkelijk het net waarop Haghorst was aangesloten omgezet van n-1 naar n-0 waardoor de storingsreserve wegviel. Dat was, zo stelde de systeembeheerder, mogelijk op grond van de AMvB n-1. Effect was uiteraard dat Haghorst vaker onderbrekingen had dan voordien. Dat kwam deels door onderhoud van Enexis, – de betreffende systeembeheerder waarop Haghorst was aangesloten-, deels door TenneT, -de bovenliggende netbeheerder-.

Mocht Enexis nu Haghorst omzetten van n-1 naar n-0? Let wel, het gaat hier om het net – en niet de specifieke aansluiting-, waarop Haghorst was aangesloten. Nee, zegt Haghorst. Maar wat zegt de ACM, gevraagd naar de wettelijke taak en bevoegdheid van de systeembeheerder in dit geschil?

Ja. Dat mag, Dat kan ook zonder toestemming te vragen. Ook al wordt daarmee de leveringszekerheid door minder redundantie aangetast. So far so good voor de systeembeheerder. Maar..

De systeembeheerder moet wel bij keuzes de belangen van de aangeslotene meewegen.

Enexis heeft de taak het net veilig te bedrijven en kan daarbij omzettingen zoals deze doen, maar is daartoe niet verplicht. Het is een van de opties om meer transportcapaciteit te genereren. Taak is om het net veilig en betrouwbaar op doelmatige wijze te beheren. Met het omzetten van n-1 naar n-0 kon Enexis transportcapaciteit mobiliseren.

In deze situatie heeft Enexis ”gezien de omstandigheden van het geval”, aldus ACM niet juist gehandeld.

Haghorst had aangeboden de aansluiting anders te benutten zodat de fysieke congestie die optrad bij toekenning van meer te contracteren transportvermogen op een andere wijze kon worden tegemoet getreden.  Daarmee was Haghorst bereid mee te denken wat ter plaatse het probleem was en welke maatregelen openlagen om te komen tot een route waarbij de betrouwbaarheid van het net kon worden gewaarborgd. De systeembeheerder heeft die route niet aangeboden, of verkend, maar vanuit haar klassieke invalshoek een generieke maatregel genomen, waar een specifieke maatregel kennelijk denkbaar en toepasbaar was.

Nu is een generieke maatregel, “de aangeslotenen worden omgezet van n-1 naar n-0 om ruimte op het net vrij te spelen voor (andere aanvragers van) transportcapaciteit”, vaak vanuit bedrijfskundig perspectief gemakkelijker en bij opschaling zorgt het wellicht voor meer efficiëntie. Daarmee kan sneller gebouwd worden, enfin, u kunt zich als lezer die voordelen wel voorstellen ten opzichte van een specifieke maatregel, die meer tijd en aandacht vraagt. Toch is dat wat ACM verlangt van de systeembeheerder.

Het sluit ook naadloos aan bij artikel 3.7 Energieregeling. Daar staat benoemd wat een netbeheerder in zijn investeringsplan moet opnemen om netverzwaringen te voorkomen. U leest het goed. Waarom netverzwaringen voorkomen?  Uiteraard zijn netverzwaringen een goede route om meer transportcapaciteit te mobiliseren. Maar als telkens blijkt dat ook bij opschaling nog steeds niet toereikende transportcapaciteit beschikbaar is, “de komende 10 jaar”, aldus de bestuursleden van de systeembeheerder, dan gaat het over een verdelingsvraagstuk. Wat doen we eerst, en wat later. En als op een andere wijze dan door netverzwaring de fysieke congestie kan worden opgevangen tegen redelijke kosten, dan is die andere wijze te prevaleren, zodat de netverzwaringen op basis van de juiste prioritering terecht komt bij die regio’s waar dat het meest urgent is. Dat kan ook door een belangenafweging te maken waarbij ook het belang van de aangeslotene wordt meegewogen bij de te bepalen route.

De boven benoemde thema’s zijn in de zaak Haghorst nu juist aanwezig. De klant wil meedenken (Thema 1), hij is adaptief en flexibel en gedraagt zich zoals verlangd wordt (Thema 4) en economische aspecten (Thema 5) die nopen tot een afweging tussen omzetting van n-1 naar n-0 versus een bilaterale oplossing, ze zijn hier juist voor de keuze van een maatregel beschikbaar, maar worden niet benut door de systeembeheerder.  Het generieke “bouwen, bouwen, bouwen” is hier als oekaze gebruikt voor een generieke benadering.  

Het geschil is aangevangen voor invoering van de nieuwe Energiewet 1 januari 2026 en is derhalve getoetst op basis van de oude regelgeving. De nieuwe Energiewet geeft hierbij zoals benoemd, nieuwe mogelijkheden.  

Omdat klanten zelf hierin ook een rol wordt toebedeeld, niet alleen nadrukkelijk in de nieuwe Energiewet, maar evenzeer in deze ACM uitspraak is de naam Haghorst voortaan verbonden aan het thema: “Wie bepaalt de weg naar Rome?”

Voor de geïnteresseerde, wat had Haghorst aangeboden?  Een CBC (een capaciteitsbeperkend contract), voor de “moeilijke tijdsvensters”, bij beheer en onderhoud. Dat is een maatregel die de ACM kwalificeert als een alternatief voor het verminderen van een storingsreserve. Nu wordt het interessant. Haghorst had indertijd gehoord dat er te weinig transportcapaciteit beschikbaar was en had aanvankelijk een aansluiting met een zeer beperkt gecontracteerd transportvermogen (GTV) verkregen. De omzetting van n-1 naar n-0 diende dan ook juist zijn belang, waardoor hij een hoger GTV kon verkrijgen. Tegelijkertijd werd de kans op uitval groter.

Het gaat uiteindelijk, aldus de ACM, om hoogstens 10 dagen per jaar. En dat had dan nader verkend moeten worden. Citeren is hier zinvol: ” In 2026 verwacht Enexis een beperkt aantal overbelastingen van beperkte omvang. Enexis heeft geen navraag gedaan bij Haghorst – of andere aangeslotenen in deze regio – tegen welke vergoeding zij bereid zouden zijn om hun belasting van het net op deze momenten gedeeltelijk te beperken.”

Kortom, hoewel Enexis geen toestemming behoeft te vragen bij omzetting van n-1 naar n-0, moet zij wel de belangen afwegen van de aangeslotene. Elke vergoeding op basis van een CBC die past binnen de kosten die anders opspelen bij de omzetting van n-1 naar n-0 lijken dan gerechtvaardigd. De ACM gaat evenwel niet in op deze kosten baten- analyse. Daarmee is de weg naar Rome zoals zo vaak ook hier niet geplaveid.

 Datzelfde geldt overigens voor de “niet- beschikbaarheid” van de ACM voor uitspraken over een Aansluit- en Transportovereenkomst met een clausule die niet op een gereguleerd kader is gestoeld. (Randnummer 40). De ACM concludeert dat zij niet gaat over civielrechtelijke duiding, omdat dat buiten haar bevoegdheid ligt. Daarmee is de reiziger veroordeeld tot oude landkaarten in plaats van een routeplanner om de weg naar Rome te vinden.   


[1] ACM 20 januari 2026 ACM/25/197207

[2] Onderzoek Magnus Energy, januari 2026 in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), door Maarten van Dijk/ Wilco Treurniet

[4] Agentschap voor samenwerking tussen toezichthouders. https://www.acer.europa.eu/

[5] Besluit Geschilbesluit Haghorst-Enexis Ons kenmerk : ACM/UIT/669846 Zaaknummer : ACM/25/197207 Datum : 20 januari 2026